Meditatie

Thema: Het Goede Leven… dicht bij God

“Ik zal opstaan en naar mijn Vader  gaan…”

Lukas 15, vers 18

In de hemel is het feest. Lukas vertelt het ons. Steeds weer is er blijdschap op het moment dat een zondaar zich bekeert. Want als een zondaar zich bekeert, keert hij zich af van een weg bij God vandaan. Als een zondaar zich bekeert komt deze zondaar thuis. Thuis bij God. En een betere plek is er niet te vinden. Want deze God staat op de uitkijk. Hij staat op ons te wachten en kijkt iedere dag weer opnieuw naar ons uit. En als het dan gebeurt, dat Hij Zijn kind ziet komen, dan rent Hij dat kind tegemoet, opent Zijn armen en neemt het opnieuw op in Zijn Huis. En dan is het leven goed.

Zo verkondigt Jezus het ons in de gelijkenis van de verloren zoon. Die jongen had alles mee. Want zijn Vader had een groot bedrijf. Hij boerde goed. En daarbij had deze Vader geen groot gezin. Want Hij had maar 2 zonen. Ik moest daarbij denken aan een gezegde uit de gemeente Staphorst. Want daar zeggen ze: Je moet niet kijken naar de raampjes in de stal (zo van: je moet niet kijken hoe groot de schuur is van een boerderij, hoeveel koeien daar kunnen staan), maar je moet kijken naar de klompjes bij de voordeur. (Want al die klompjes betekenen monden, die gevoed moeten worden). Nu kennen ze in Staphorst vaak nog van die grote gezinnen. Maar de Vader in de gelijkenis heeft maar 2 zonen. Als je bij hem langs de boerderij heenliep, dan zag je dus niet al teveel klompjes – of ander schoeisel –  bij de voordeur staan.

Wat je wel kon zien? Een bedroefde Vader. Want één van beide zonen koos een eigen weg. Hij ging weg van de Vader, weg van zijn broer, weg van het land en ook weg van zijn volk. Als een Israeliet dit hoorde, dan hoorde hij: Weg van de Vader dat is weg van God Zelf. En weg van de broer is weg van je familie en van je stam. Weg van het land is weg van het Beloofde Land. En weg van het volk is overgaan naar een ander volk, een heidens volk. De jongste zoon bewandelt hier een kwade weg en die kan dus alleen maar eindigen in de goot. Zo vertelt Jezus dit ook. Want waar de jongste zoon zich eerst laat gaan in allerlei feestelijkheden, eindigt hij bij de voerbak van de varkens. En er is geen rechtgeaarde jood te vinden, die op deze plek wil eindigen. Varkens zijn immers onrein… Maar ja, dat is eigenlijk de hele weg van de jongste zoon ook. Want hij was bij de Vader en ging bij Hem vandaan. Hij ging zijn eigen weg en niet langer was zijn leven goed.

De focus van deze gelijkenis ligt echter niet per se op die jongste zoon. Als wij de eerste verzen van Lukas 15 lezen, dan zien wij, dat Jezus deze gelijkenis vertelt tegen de Farizeeën en de Schriftgeleerden. Die lopen daar te mopperen, omdat de tollenaars en de zondaars bij Jezus komen om naar Hem te luisteren. En Jezus heeft hen iets te zeggen. Hij spreekt hen aan in de figuur van de oudste zoon. Die wil niet eens binnenkomen, op het moment dat zijn Vader hem uitnodigt om deel te nemen aan het feest. Die jongste zoon was immers verloren en nu gevonden. Hij was dood en nu weer levend geworden. Jezus gebruikt hier krachtige taal. En zo krachtig als de taal is, die Jezus gebruikt, zo helder is meteen ook het verschil tussen Het Goede Leven en de dood. Zonder God is ons leven zinloos en leeg. Zonder God is ons leven alleen maar te kenmerken als een sterfhuisconstructie. Als wij God buiten de deur sluiten van ons leven, dan is daar alleen maar de dood die ons wacht. Maar dicht bij God is het feest. Daar bruist het en daar leeft het. Want daar hebben wij de levende God Zelf in ons midden. En Hij nodigt ons. En Hij roept ons. En Hij staat op ons te wachten, iedere dag opnieuw. Het Goede Leven is dan ook alleen maar daar te vinden, waar God Zelf dicht bij ons is en waar wij dicht bij God zijn.

Dit vraagt van ons, dat wij ons iedere dag weer bereid verklaren om deze God te volgen in ons leven. Hierbij moet ik denken aan een boer, die ik jaren geleden eens tegenkwam. Hij zei: ik ben niet zo’n bijbelonderzoeker. En grote woorden heb ik ook vaak niet. Maar iedere morgen sta ik vroeg op. Ik ga dan even naar buiten. Ik kijk naar boven en ik vraag: Here God, hoe wilt U mij vandaag gebruiken? Ik vind dat een mooie vraag. Want in deze vraag stellen wij ons open voor de leiding van God in ons leven. En daarbij: om deze vraag te stellen op de manier van die boer, moeten wij eerst opstaan. En om op te staan, moeten wij eerst wakker worden en om ons heen kijken. We moeten wakker worden en soms ook even naar binnen kijken. Om dan de ogen op te slaan en het allemaal te verwachten van Hem, Die in de hemel troont. Want dan kijken wij naar boven en dan mogen wij geloven, dat, wat er ook vandaag allemaal staat te gebeuren, wij het allemaal niet alleen hoeven te doen. Ik zal opstaan… en  naar mijn Vader gaan. En Hij zal mij horen. Hij kent mij. Hij leidt mij. En uiteindelijk brengt Hij mij ook thuis om te leven, dicht bij Hem.

‘k Zal dan gedurig bij U zijn

in al mijn noden, angst en pijn,

U al mijn liefde waardig schatten,

Wijl Gij mijn rechterhand woudt vatten!

Gij zult mij leiden door uw raad,

O God, mijn heil, mijn toeverlaat,

En mij, hiertoe door U bereid,

Opnemen in uw heerlijkheid.                                           Ps.73, vers 12

Ds.G.Doorn

Geplaatst in Geen categorie.