Meditatie

“Het bed te kort, de deken te smal” (Jesaja 28:20)

Wat kan een bed heerlijk zijn! Vooral zo tegen de morgen. Je draait je nog eens om, gehuld in lakens en dekens, of dekbed. Oppassen, je zou zo weer in slaap vallen. Soms zou u in bed blijven, omdat u tegen de dag opziet.
Iemand zei me: “Ik zou wel een standbeeld willen oprichten voor de uitvinder van het bed!” Een ander: “Mijn bed is eigenlijk de enige plek waar ik me veilig voel… de deken over me heen”. Is dit bij u ook zo?
Wij hebben behoefte aan een plaatsje waar we ons kunnen terugtrekken. Waar we tot onszelf kunnen komen. Waar we warmte vinden in een koud jaargetij. Een goed bed is belangrijk! Het mag niet doorzakken, maar ook niet te hard zijn. De lengte moet op mijn formaat zijn afgestemd. En de deken moet niet te smal zijn, anders raakt die los. ‘Bed en deken’ zoeken we in het leven. Ook figuurlijk: rust en veiligheid, warmte. Waar zoek en vind je het: een goed bed en een goede deken? De slaapvoorlichters zullen het ons wel vertellen. Uit al het foldermateriaal dat we de laatste maanden in de bus kregen, heb ik deze drie slagzinnen gehaald. Probeer deze eens in geestelijk licht te lezen. Hier komen ze: “Hoed u voor namaak!” “Waarom zou minder, goed genoeg voor u zijn?” “Je lieve leven lang een steuntje in de rug!”
Het Israël van Jesaja 28 heeft, bedreigd door vijandige machten, ook behoefte aan een veilige plek. Helaas wordt niet gelet op de kwaliteit van ‘bed en deken’. Israël sluit een monsterverbond met de grootmachten Egypte en Assyrië. Terwijl de HERE God “hun lieve leven lang een steun in de rug” had toegezegd. Daarom leest u in vers 15 dat men leugen en bedrog tot schuilplaats en verberging gesteld heeft. Nou, als het al zo erg met je is, dat je daarin je toevlucht moet zoeken? Hoe kan licht zich verbinden met duisternis? (Denk je daaraan?!)
Gods volk had een goed bed: de ondergrond van Gods rijke beloften. Daarin tot rust komend, zouden ze uitgerust en toegerust aan de slag kunnen. De profeet moet hen echter zeggen: “Het bed (Egypte en Assyrië) is te kort om zich daarop uit te strekken; de deken (vertrouwen op mensen) te smal om zich daarin te wikkelen. Dat wordt geen deken, maar een ‘Zweedse band’!
God onderzoekt ons gaan én liggen (Psalm 139). Hij weet waarop en op wie wij steunen. Pas toch op dat u niet in de kou komt te staan! Monsterverbonden zijn als een Procrustusbed. Procrustus, die – volgens het verhaal – op de landengte van Corinthe woonde, rekte zijn gasten uit of kortte hen in, om hen aan zijn bed aan te passen. (In Westerhaar-Vriezenveensewijk wonen veel kleine mensen!) Als mensen en machten die geestelijk eerder elkaars tegengestelden zijn een verbond sluiten, worden ze verknipte persoonlijkheden. Gods rust, warmte, eerlijke veiligheid en steun terzijde geschoven, brengt voort: onrust, kilte, onzuiverheid en het uiteindelijk elkaar in de steek laten. Dat zie je maatschappelijk gebeuren.
Wie leidt ons hieruit? Hij van Wie we tegen het einde van de decembermaand gaan zingen “Zijn wieg was een kribbe!” Adventsgezang 133 (vers 13) doet ons Hem vragen: “Spreid U een bed in mijn gemoed!”
Hij kwam op aarde en had er geen huis. Er was voor Hem geen plek om in rust Zijn hoofd neer te leggen. Toch heeft Hij “ons bedje gespreid”. In doeken gewikkeld, geeft Hij ons een mantel van liefde, om elkaar om te doen. Een dekbed van warmte voor uw vermoeide ziel. In het komen tot Hem, ook in de diensten van het Woord, ontvangen we vertrouwen en veiligheid. Troost en nieuwe energie.

Velen om ons heen leven in de veronderstelling dat, als je gelovig wordt, het bed zo kort en de deken zo eng-smal wordt! Integendeel: het leven wordt juist breder, ruimer. Rijker. Wie (lees Lukas 2 maar) voor Hem knielt, gaat God juist de lof brengen, omdat het leven weer perspectief gekregen heeft!
Ik wil jou uitdagen met Hem te gaan leven en dit zelf te ontdekken!
Ik moet denken aan Michelangelo. Hij was bezig op een doek een schildering te maken van de engel Raphaël. Ineens schreef hij: amplius, amplius. Te eng, te eng. Op zo een klein doek was de heerlijkheid van het grootse hemelleven, het leven met God, niet vast te leggen. “Here, bij mij is het te kort en te smal. En om me heen soms zo verstikkend eng. Omhul ons met Uw royale warme liefde. Geef ons vrede en rust! U bent zo groot en groots!”
Laat het werk dat Jezus in de kribbe is begonnen, als een bed – een rustplek – voor u zijn. En de Vaderliefde, de troost van de Heilige Geest, een deken, een warme mantel om u heen geslagen! Dat geeft zoveel ruimte, dat er genoeg plaats overblijft om een ieder die u gaat ontmoeten daarin op te nemen! Ons gemeenteleven wordt er zo mogelijk nog warmer van!
Een gezegende adventstijd toegebeden! ds.Joh.A.Woudenberg.
(Uit het archief… 30 november 2012)

Geplaatst in Geen categorie.