Mededelingen van de Kerkenraad

Corona maatregelen

De kerkenraad heeft besloten om het advies van de PKN op te volgen. Zij adviseren ons bij binnenkomst handen te desinfecteren, mondkapjes te dragen bij verplaatsing, anderhalve meter in acht te nemen. Hebt u klachten dan is het advies om thuis te blijven. Mochten de regels verder aangescherpt worden dan zullen wij u hierover nader informeren.

Meditatie

Advent: komst en wederkomst n.a.v. Joh.1: 11 en Openb.22: 20

Komende zondag is het al weer 1e advent. Opnieuw gedenken wij de komst van de Heere Jezus in deze wereld. In Johannes 1 lezen we dat Hij gekomen is.

Op zichzelf is dat reeds een ontzaglijk wonder. Hij die in het begin bij God was, Hij is mens geworden. Dat is onbegrijpelijk. Hij was het aan niemand verplicht en wij hebben het nergens aan verdiend. En toch is Hij gekomen. God heeft in Christus naar ons omgezien. De belofte reeds in het paradijs gegeven is in Hem vervuld.

God heeft woord gehouden. De Zoon van God werd de Zoon des mensen. Hij werd neergelegd in een kribbe, een voerbak voor de beesten. Wie had dat ooit verwacht? Naar onze maatstaf gemeten had Hij op z’n minst geboren moeten worden in een koninklijk paleis. Maar nee, Hij verkiest een kribbe, opdat zelfs de allerarmste en de meest verstotene erbij zou kunnen.

Dieper kon God zich in Zijn liefde niet tot ons neerbuigen. Hij komt bij wijze van spreken niet bij ons aan de voordeur, maar aan de achterdeur. Zo is Hij gekomen, gekomen tot deze wereld. Maar niemand zit op Hem te wachten. Wij zingen in deze weken wel over ‘des werelds hoogst verlangen’, maar het is de vraag of dat wel juist is.

Hij was in de wereld, zo schrijft Johannes, en de wereld is door Hem ontstaan, maar de wereld heeft Hem niet gekend. En dan het volgende. Dat is nóg erger. Hij is gekomen tot het Zijne en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen. De Zijnen slaat hier allereerst op Israël. Ze trekken niet in drommen naar de kribbe van Bethlehem. Het zijn in eerste instantie alleen wat herders die je er ziet. Mensen die in die tijd tot het uitschot van de maatschappij behoorden. Dat is de bittere werkelijkheid.

En wij? Hebben wij hem aangenomen? Want onder de Zijnen daar vallen ook wij onder. In de doop heeft Hij zijn Naam aan ons leven verbonden. Is Hij tot ons gekomen als tot het Zijne, tot wat van Hem is. En wat geldt dan van ons? Soms ook dat wij Hem niet hebben aangenomen? Wel christen heten, maar het niet zijn, omdat we eigen baas willen blijven en voor Hem niet willen buigen? Daarom wat betekent voor ons advent?

Want we kijken niet alleen terug, maar ook vooruit. Hij die gekomen is, komt ook eenmaal terug. Dat is de geweldige belofte die op de laatste bladzijde van de Bijbel staat: ja, Ik kom spoedig!

Het is een woord waarmee de verhoogde Christus Zijn gemeente bemoedigt te midden van alle strijd en aanvechting. Ik kom terug.

Velen in onze tijd zeggen: er komt toch niks van. Het is een bedrieglijke droom. Als Hij inderdaad die Koning is waarvoor Hij zich uitgegeven heeft, vanwaar dan al die ellende in deze wereld? Hij is toch de machtige?

Dergelijke opmerkingen kunnen ons soms inderdaad in verlegenheid brengen. Toch is dat niet alleen een kwestie van vandaag. Ook in de Bijbel komen wij mensen tegen die met deze vragen geworsteld hebben. Psalmisten en profeten hebben geroepen: Heere, hoe lang nog? De dageraad is gekomen en het is nog nacht.

En toen Jezus het Koninkrijk van God predikte, vroegen de mensen ongeduldig: wanneer komt er nu eens wat van? En later schreef Petrus aan spotters, die vonden dat de Heere nu wel lang genoeg op zich had laten wachten: Eén dag is bij de Heere als duizend jaren en duizend jaren als één dag. De Heere vertraagt de belofte echter niet zoals sommigen vinden, maar God heeft geduld met ons omdat Hij niet wil dat enigen verloren gaan, maar dat zij allen tot bekering komen.

Met andere woorden: uitstel betekent geen afstel. Wat er achter zit, is Gods geduld. Want Hij wil niet dat enigen verloren gaan! Denken wij daar in deze adventsweken ook aan? Zouden wij ons met het oog op de wederkomst van Christus niet des te meer geroepen moeten weten tot de verkondiging van het Evangelie in woord en daad, ver weg en dichtbij? Want als Hij komt is elke gelegenheid voorbij. Of zijn we van de gedachte van de wederkomst van Christus helemaal niet zo onder de indruk? Is er dan niet wat loos? Zitten we dan toch vaster aan de aarde en het aardse dan we willen toegeven?

Maar moet je dan de aarde de aarde laten? Het zou onjuist zijn het één tegen het ander uit te spelen. Wij zijn in de wereld en tegelijk niet van de wereld. Dat is en blijft een spanningsveld. Maar hebben wij daar ook weet van? Want wie het eigendom van Christus is, weet wat het betekent om te bezitten als niet bezittende. Hij onderkent de demonische machten die vandaag zich breed maken, die alle christelijk normen en waarden te niet willen doen. Dan is de gedachte aan Christus’ wederkomst hem tot troost.

Want als Hij komt zal het uur van de eeuwige bevrijding slaan. Dan zullen we Hem aanschouwen in Wie wij geloofd hebben. Hij die eens bespot en met doornen gekroond werd, Hij zal komen in al zijn heerlijkheid. Dát is de toekomst voor een ieder die in Hem gelooft. Christus verzekert ons in Openbaring 22: Zie, Ik kom spoedig. Amen! Het is vast en zeker. Er valt niet aan te twijfelen. Het roept het gebed van de Geest en de bruid wakker. Oók dat van u?  

ds.J.W.Goossen   

Kinderoppas

28 nov.   Hendrika de Horde en Dennis van Doorn

  5 dec.                  Lina van Ravenhorst en Femke van Ravenhorst

12 dec.   Marije Bolier en Clarissa Dekker

19 dec.                  Jolanda de Jong en Emmie de Jong

25 dec.   Joanne Zomer en Bente Mensink

26 dec.                  Margreet Nijboer en Lambertine Schipper  

2 jan.                  Betty Roelofs en Karolien Zomer