Meditatie

MAAKBAARHEID IN VERVAL

Lees Jakobus 4:13-17

De Nederlandse taal is een prachtige, maar o zo moeilijke taal. Een taal die verandert en er naar mijn gevoel niet mooier op wordt. Bijbelvertalingen weerspiegelen dit, met de ‘Bijbel in gewone taal’ – wat mij betreft – als dieptepunt.

               De taal verandert ook door wat wij als samenleving denken en vinden. Al jaren leven we met een soort “maakbaarheidsgeloof”. En dat geloof uit zich in de taal. Steeds vaker wordt het werkwoord ‘maken’ op een verkeerde manier gebruikt als samengesteld werkwoord: een belofte doén we niet meer, maar maken die; een beslissing wordt vaak niet meer genomen, maar gemaakt; we zetten geen stappen, maar maken die. Let er maar eens op: steeds vaker komt dit werkwoord terug in wat we zeggen. Een weerspiegeling van ons “geloof” in de maakbaarheid der dingen.

               Dit “maakbaarheidsdenken” is ook de kerk binnengeslopen. En ik merk dat ik me daar zelf ook schuldig aan maak. Plannen maken, bouwen, beleidsplannen schrijven; zo en zo willen we dat de kerk van de toekomst eruit ziet.

               En toen kwam corona… En dat maakte korte metten met ons maakbaarheidsidee!

Toch kunnen we het al snel niet laten en praten we weer over ‘kerk-zijn in coronatijd’. En over een poosje denken we na over ‘kerk-zijn ná coronatijd’. Hoe ziet straks de kerk eruit? Net als vroeger, vóór corona? Of heeft corona en de impact ervan op ons kerkelijk leven, ervoor gezorgd dat er daadwerkelijk ándere eisen aan ons kerk-zijn worden gesteld?

               Corona heeft ons laten zien welke grote kansen er liggen in kleine groepen. Juist een kleine gemeente als de BA kon in z’n geheel samenkomen; zorg en pastoraat staan onder druk en vinden juist hun bloei in de kleine verbanden. Ook heeft de pandemie ons plotseling de digitale wereld in gelanceerd, mét alle digitale kansen én zorgen. Plotseling zijn we meer missionair dan we misschien wel ooit zijn geweest, maar dan via YouTube. Als we de mensen, die nu trouw elke zondag thuis op de bank onze streams volgen, straks in de kerken mogen hebben, dan zijn de kerken weer vol. Digitale kansen die de verkondiging van het Evangelie mogen diénen, maar… niet vervángen! En daar ligt een enorme spanning. Is er straks, na corona, bereidwilligheid… nee, beter: verlángen bij ons digitale “publiek” om weer fysiek in de kerkdienst aanwezig te zijn?

               Als onze katholieke broeders en zusters, door wie de eucharistie toch als de kern van hun eredienst wordt ervaren, aangeven die eucharistie niét te missen(!); als het gros van onze kerkgangers aangeeft het eigenlijk wel fijn te vinden om thuis met koffie en croissant achter het beeldscherm de eredienst mee te beleven(!); als het antwoord bij menig gemeentelid op de vraag “wat mist u nu het meest in de kerk?” het gezamenlijk koffiedrinken is, dan vrees ik voor ‘kerk-zijn ná coronatijd’.

               Maar al dat nadenken over corona, de gevolgen, de kansen en de eisen, al dat nadenken begint met iets anders: missie en visie. Corona heeft laten zien, dat het voor kerken steeds belangrijker wordt om missie en visie heel helder voor ogen te hebben. Waar de missie en visie van een gemeente in de loop van de tijd misschien niet veranderen, verandert de context waarbinnen die missie en visie handen en voeten moeten krijgen steeds sneller en steeds heftiger. Afgelopen tijd is gebleken, dat gemeenten met heldere missie en visie veel sneller en effectiever de omslag konden maken binnen die nieuwe realiteit van een pandemie. Hun “waarom” was al duidelijk  en daarom konden ze in een snel veranderende wereld ook sneller het “hoe” invullen; ze konden sneller mee veranderen.

               Maakbaar? Nee, maakbaar is onze kerk niet. Althans, niet door óns! Toch heeft de Heer van de Kerk velen aangesteld om leiding te geven aan de bouw van dit geestelijke huis. En die verantwoordelijkheid laat ons belangrijke vragen stellen: Waar staan we voor als gemeente van Christus? Wat is onze missie, onze visie? Zijn die helder verankerd in ons beleidsplan? En sluit het “hoe”, het beleid van nu (nog) aan bij de nieuwe eisen die een nieuwe tijd, een nieuwe context aan ons stelt?

               We hebben het afgelopen jaar al veel nagedacht, maar misschien moeten we de komende jaren nog veel harder nadenken over de weg die we in Christus’ naam als Zijn kerk mogen gaan. En Jakobus leert ons hierin de voorwaarde: “Zo de Here wil en wij leven zullen, zullen we dit of dat doen.” Zo de Here wil! We leggen het in Zijn handen. En ons gebed is daarbij onontbeerlijk.

ds. R.J. Kranen.

Geplaatst in Geen categorie.